Tai Chi.
Wat het is, precies,
laat zich niet zeggen.
Alles wat je erover zegt
is niet Tai Chi.
Helaas, beste lezer. Wat Tai Chi precies is, laat zich niet zeggen. Alles wat je erover zegt is namelijk niet Tai Chi. Gelukkig is het tegelijkertijd ook zo, dat alles wat je erover zegt een aspekt er van is. En niet alleen wat je erover zegt, maar ook wat je erover denkt. En ook alles wat je er niet over zegt en niet over denkt............
Een ding is zeker. Als je je ervoor open stelt, kun je je nog vaak verwonderen!
Dat moge duidelijk worden uit het volgende verhaal.
Op 19 maart 1990 richtte ik een stichting op die de paraplu moest worden van mijn diverse aktiviteiten, waaronder het lesgeven in Tai Chi. Op zoek naar een goede naam liet ik mij leiden door de begrippen veelkleurigheid en multiculturele uitwisseling. Iets met Regenboog en Boodschap. En het werd het woord voor regenboog in twee verschillende talen: het Quechua en het Lingala, verbonden door het woord voor boodschap in het Quechua. Die keus was niet zo moeilijk. Luister maar: Chirapa Wayra Ekangi Bula. Ik was helemaal lyrisch omdat het eerste Quechua woord begon met Chi!
Wayra heeft trouwens ook een heel mooie betekenis. Het staat niet alleen voor boodschap, maar ook voor wind, lucht en (levens)adem. Ook erg Tai Chi, vond ik. En ik was tevreden.
Op 18 februari 1999 kocht ik een boek over Tao, waarin de schrijver voorafgaand aan alle hoofdstukken uitweidt over de betekenis van 2i, ook wel als qi of chi geschreven. Hij komt daarbij tot de konklusie dat er geen goed nederlands woord voor is (behalve af en toe energie), en dat het griekse pneuma in zijn oorspronkelijke betekenis het dichtst bij komt. En dat griekse woord staat voor adem, wind, lucht of levenskracht.
Dát had ik -niet- gedacht in 1990! Ik wist het niet eens.......
Wat betekent dat nou voor jou, als lezer van dit boek?
De zin van het lezen ligt niet (alleen) besloten in de woorden van dit boek. Lees vooral tussen de regels door. Precies. Want dáár staan jou eigen gedachtes, ervaringen, inzichten. Het boek wil slechts inspireren en jou op bespiegelingen brengen.
Bespiegelingen over de Tao van Tai Chi. Welke ik niet voor jou kan onthullen. Niet omdat ze geheim is, of ik ze verborgen wil houden, maar omdat ze niet te ver-woorden is: wat can be Taoed, is not the real Tao.
Welkom dus op deze zwerftocht op zoek naar Tai Chi. Je hebt daarbij een boek in handen, waar je van alles en nog wat aan kunt hebben. Zélfs niets. Afhankelijk van wat jíj ermee doet.
Enigszins op zijn plaats nu is een verklaring van het feit dat dit boek er ligt.
Toen ik in 1981 met Tai Chi in aanraking kwam, besloot ik er niets over te lezen. Daarvoor in de plaats genoot ik maanden lang van de eerste passen welke Frans Mooren mij geduldig dagelijks tijdens de madrugadas aanleerde op een bijzonder mooie plek in de uiterwaarden van de Waal in Beuningen. Het spaanse madrugada, ik was net terug uit de Andes, klinkt mij nóg mooier dan dageraad. Ik was voorgoed verkocht.
Bij Hennie van der Heyden kreeg ik het middel aangereikt om verder te gaan met Tai Chi: de Tai Chi Chuan verkorte Yang-stijl, en later ook de push-hands oefengroep.
In 1986 begon ik ook over Tai Chi te lezen. Verschillende van mijn vrienden hadden mij gevraagd hen lessen Tai Chi te gaan geven. En Tai Chi beoefenen is één, maar lesgeven is iets heel anders. Hoe blijf je zuiver in de leer, vroeg ik mij toen af. En dat stimuleerde mij om te gaan lezen.
In 1988 begon ik les te geven. Met als leidraad een door mijzelf ontwikkelde methode van vorm-beschrijving, die in bijna ongewijzigde versie te vinden is in dit boek als hoofdstuk 3.
Jaren van lesgeven verstreken, waarbij ik zelf bezig bleef in de oefengroepen van Hennie van der Heyden, aansluiting zocht bij de Stichting Taijiquan Nederland (STN), via welke ik een zeer stimulerende training volgde bij Patrick Kelly en later bij Maartje van Staalduynen. Ik las heldere, leuke, mooie, boeiende, maar ook vervelende, ingewikkelde en duistere artikelen in het tijdschrift van de STN, en schreef er zelf twee. Ik liep niet de ene na de andere leraar af. Mijn eigen leerlingen stimuleerden mij in voldoende mate! En het bezig zijn met Tai Chi.
Op een gegeven moment in 1997 leek het mij zinvol om wat en hoe en waarom ik doe wat ik doe tijdens lesgeven te gaan expliciteren. En ik begon met het opnemen en uitwerken van een heel seizoen lesgeven. Eerder al was er een uitgebreid noten gedeelte gekomen bij de vorm-beschrijving (opgenomen in hoofdstuk4) en een mondelinge vorm-begeleiding op een bandje, ten behoeve van cursisten. Maar ook via een eigen ontwerp T-shirt probeerde ik de essenties van de Tai Chi te verw.............Tja, het blijft een onmogelijk opgaaf. Zei ik daar bijna verwoorden. Maar toch.........
Ik had zoveel inzichten opgedaan en ideeën ontwikkeld op de voortdurende zoektocht naar de essentie van Tai Chi, dat het zonde zou zijn daar niets mee te doen. En daarom dan ook dit boek.
Of kwam het misschien doordat Kitty mij stimuleerde door te promoveren en nou heel trots haar eigen boek op tafel heeft liggen?
Maar het heeft ook te maken met de woorden die ik 1986 op de berg boven de ruïne van Macchu Picchu in Peru uit mijn mond hoorde komen, zonder dat ik nog maar wist wat ze inhielden! Het leek een opdracht. En die opdracht vervul ik naar eer en geweten inderdaad (= omgezet in daad.) De opdracht luidde dat ik moet kunnen zeggen:
Inti PUnku Kachkanim. Dat is in letterlijke vertaling uit het Quechua:
Inti = zon; PUnku = poort; Ka(y) = zijn en Ch = durativum (Kach = zijnde); Ka(y) = zijn en Ni = 1e persoon enkelvoud (Kani = ik ben) M = uitdrukking van objectieve zekerheid:
Ik ben met zekerheid zijnde de poort van de zon.
In vrije vertaling: doorgeven van heldere inzichten behoort tot mijn taak in dit leven.
Door dit alles dit boek.
En om bij het Quechua te blijven: af en toe zul je stukjes vinden die ik de naam
RIMAYKULLALLKI heb meegegeven.
Letterlijk vertaald: "laten we even een babbeltje maken".
Het zijn bespiegelingen over belangriijke principes van de T'ai Chi aan de hand van konkrete voorvallen of oefeningen.