Donderdag 15 september 2011 spreken we om 19:00 af op de Beukenlaan in Nijmegen. We gaan T’ai Chi doen in Heumensoord, een mooi natuurgebied bij Nijmegen. Ik heb een plan bedacht, gebaseerd op een zomerlang trainen, hard lopen en t’ai chi beoefenen. Een cursist geeft aan een volle buik te hebben (net gegeten) en dat noopt me 1/3 van de planning te laten vallen…
Rimaykullallki:
In mijn lessen vind ik het belangrijk dat iedereen zich lichamelijk en geestelijk op zijn gemak voelt, en niets forceert. Daarom kon ik niet gaan hardlopen met iemand met een volle buik.
We beginnen met wandelen om alvast het buiten zijn in de bossen op te snuiven. Buiten mij zijn er nog 2 mensen die vertrouwd zijn met het Heumensoord. En 1 iemand gaat voorop naar de eerste “oefenplaats”. Om toch iets van aktiviteit in te bouwen (iedereen wandelt babbelend en nog niet ruikend, ziend, voelend achter haar aan) laat ik de laatste 50 meter toch hardlopen. Het babbelen verstomt en het ervaren begint. Op de 1e oefenplaats liggen polsdikke takken, in zwaarte varierend van net te tillen tot eigenlijk te licht. Ik laat iedereen een tak nemen en daarmee de openingshouding “het Begin” uitvoeren.
Rimaykullallki:
Van alles komt dan los. Eerst de verkenning van het materiaal. Dan de vragen: “is mijn tak wel zwaar genoeg? maak ik het me niet te gemakkelijk? Hoe doe ik dat met mijn ademhaling? Maakt inademen op de aktie het echt veel lichter?” En dan de creativiteit: “wat kun je nog meer met zo’n tak?” Ieder gaat op zijn/haar eigen manier hiermee aan de slag. En daarmee is mijn slag geslagen.
T’ai Chi is het verkennen van jezelf in relatie tot de omgeving en je materiaal.
In 2 eerdere stukjes ging ik verder in op het werken met takken,gewichten en ademhaling. Je leert veel extra’s over t’ai chi als je vertrouwde bewegingen uitvoert met een vorm van handicap: in dit geval gewicht.
Dan hoop ik iedereen te verleiden tot een sprintje door het mulle zand naar het beste plekje voor de vorm. Wie het eerst er is mag het egale stukje gras. Het beroerdste plekje is een kuil van 1 meter doorsnee in het mulle zand. Helaas: het zijn echte t’ai chi/ers/ters: ze doen niet aan kompetitie. Ik kom ver voor de rest als eerste aan… en ik kies de kuil: het meest leerzame: hoe kom ik tijdens de vorm daaruit en weer erin zonder overdreven krachtsinspanning.
Rimaykullallki:
Het doen van de vorm in de natuur maakt ieder stil. Het is alsof je een extra dimensie toevoegt. Als voorbereiding laat ik ieder zover mogelijk links en rechtsom om zijn/haar as draaien, zodat de omgeving in een vloeiende beweging opgenomen kan worden. Een extra oefening is het -ondanks een groepje wat aan een soort schaatsklinic bezig is, aangevuurd door de coach- toch van binnen stil en geconcentreerd te blijven.
Vervolgens gaan we weer op pad. Een van de kenners van het gebied wil graag langs een hem bekend plekje. En dat doen we. Daarna echter zijn we ieder pad kwijt op weg naar mijn volgende locatie. We moeten dwars door de hei. En dat is weer een belevenis op zich: het vinden van de juiste weg op zoek naar het pad….Maar na een poos komen we aan bij de volgende locatie. Daar liggen 2 bomen. Eentje is dik genoeg om op te gaan liggen en eventueel buikspieroefeningen te doen, en de andere nodigt uit om trek, duw en lift spiertraining te doen. Ook weer een verkenning van jou, je materiaal en je t’ai chi. Voor we daarna terugwandelen doen we nog een keer de vorm. Maar niet nadat we uitgebreid bezig zijn geweest om te verkennen waar we dat gaan doen en met het gezicht waarnaartoe.
Ik geloof dat iedereen het een bijzondere beleving vond, die voor herhaling vatbaar is. Maar dan zonder eten in de buik en met gepaster schoeisel. En misschien met een geëxpliciteerd drieledig doel: conditietraining, spiertraining en t’ai chi. En de onderlinge relaties daartussen.