Al jaren heb ik in Heumensoord een paar geliefde trainingsplekken. Een daarvan ligt tijdens de 4 daagse ingeloten in het gebied van de militairen. Ik snap helemaal waarom dat is, heb het er vorig jaar zelfs met de kwartiermakend adjudant over gehad. Maar ik baal er toch wel van dat ik bijna 1½ maand niet meer bij een van mijn oefenboomstammen kan. Bij wijze van het vragen van aandacht voor dit feit heb ik besloten om de bedoelde plek af te bakenen met rood-wit geblokt lint. Daarbij het pad vrijlatend door middel van twee ingenieus neergezette driepoten van takken waartussen dan het lint even onderbroken word.. Aangekomen op de plek zie ik dat de ijzeren palen al aangeven waar het prikkeldraad gaat komen. Daar kan mijn lint dan ook nog wel bij. Terwijl ik daarmee bezig ben, naderden er een paar militairen. Tot de vermoedelijke commandant richt ik mij om te vragen dat ie waarschijnlijk wel zou willen weten wat ik daar doe. Er ontwikkelt zich een gesprek, waarbij duidelijk wordt waarom de afzetting er moet komen (dat weet ik dus al) en wat ik zoal doe met de boomstam waar ik de komende 1 tot 1½ maand niet meer bij zal kunnen. Ik geef een kleine demonstratie, waarop hij aan de anderen de opdracht geeft om de stam buiten het gebied te brengen met de mededeling dat ie vooral heel moet blijven. Met een vorkheftruck wordt de opdracht uitgevoerd.. Dat vind ik wel zó jofel, dat ik meteen het lint weghaal en de man een high 5 wil geven, waar ie niet op ingaat. Een ferme handdruk zit er echter wel in en komt er ook uit. Mores? Met ontspannen communicatie kom je verder dan met geweld en ruzie. En dat is dan weer heel erg T’ai Chi.