Categoriearchief: martiaal

Gewichten en takken

De vakantie –de lessen zijn allemaal afgelopen- is een periode van bezinning.

Minstens 2 keer per week ga ik hardlopen in het nabije bos Heumensoord. En trainen. Niet zoals op de sportschool, met allerlei peperdure apparaten en tussen 4 muren, maar in de open natuur met takken of kleine boomstammetjes die zwaar genoeg zijn om er op te moeten zwoegen. Gewichtsarmbanden om mijn polsen zijn daarbij nodig omdat het (enigszins te hanteren en dus niet te dikke) hout in Heumensoord nogal licht is.

Ook is het ónmogelijk om geen T’ai Chi oefeningen te doen. Het is er zoooo mooi!

En de bezinning komt dan van zelf.

Omdat ik die polsgewichten nou eenmaal aan heb, is het logisch dat ze ook aan blijven tijdens het lopen van de vorm. En dat levert een heel apart gevoel! Het is, zoals bij de meesten van jullie waarschijnlijk wel bekend, belangrijk om in een stabiele balans te staan en in diezelfde stabiele balans te bewegen. Dat wil zeggen niet met wiebelende enkels en hevige activiteit aldaar om die balans te houden. Loodrecht in je schoenen/voetzolen zinken is de beste remedie om de balans er uit zich zelf te laten zijn. En daar nou juist helpt de verzwaring van je polsen! Het blijft immers belangrijk om je –zwaardere- armen niet het werk te laten doen, maar je rooting, je balans en je centrum bewegingen.

Zo zijn polsgewichten een verduidelijkend hulpmiddel met 2 doelen: armen licht houden en geraken tot ontspannen balans.

Een hele leerzame variant op de over het algemeen langzaam uitgevoerde Yang stijl-vorm (Cheng Man Ch’ing) is het met polsgewichten snel uitvoeren daarvan. Daarbij moet je dan vooral het martiale aspect tot uiting laten komen! Verbaas je over de extra zachte power in je handen, zonder dat het je extra moeite kost! (Als je tenminste de volgorde: voeten, middel, handen aanhoudt bij je postures!)

De openingshouding: “het Begin” is ook heel goed te doen met een flinke (minstens 2 meter lang en 5 cm doorsnee) tak in je handen. Daar ga je dan onmiddellijk voelen wat het is en hoe het moet om je handen als vanzelf te laten rijzen. Misschien niet helemaal gek als je na een keer of 15 “het Begin” een aangenaam “oeps mijn spieren hebben toch ook wel moeten werken” gevoel bespeurt! Vraagje: welke spieren voel je dan?

Voor de jian en dao spelers onder jullie: ook daarvoor kun je in de bossen met een beetje fantasie prachtig oefenmateriaal vinden!

Hopelijk hebben ik jullie aan wat inspiratie kunnen helpen! Oefen ze!

Dynaband en T’ai Chi.

Bij het uitvoeren van de verschillende postures van de T’ai Chi vormen speelt ervaring en veel oefenen een grote rol. Het bestuderen van de klassieken is daarbij natuurlijk erg belangrijk. Zelf beoefen ik de Yang stijl volgens Chen Man Ch’ing vanaf 1980. En ik meende dat ik een en ander goed begrepen had. Hoewel ik hier en daar toch met de nodige vraagtekens bleef zitten. Zoals daar was de klassieke uitspraak: “beweeg als een molensteen”.

Laten we als voorbeeld eens nemen “Lan Ch’ueh Wei, Lu” oftewel de “Roll Back”. In deze 4e van de acht basisbewegingen trek je (iemand) terug waarbij de mogelijkheid ontstaat om (deze) naar links achter-beneden weg te werpen. Jarenlang verplaatste ik daarbij mijn gewicht van 70% in het voorste been naar 100% in het achterste, waarbij ik tegelijk naar links draaide. Je ervaart dan een soort krukkentrekkende beweging linksom in het linkerbeen.

(een zij-opmerking: ik maak onderscheid tussen: alleen gewicht verplaatsen, alleen draaien of gewicht verplaatsen en draaien tegelijkertijd) Dat voelde goed. Al die jaren kon ik me goed voorstellen dat ik echt iemand naar beneden en naar linksachter trok……

Toen ging ik sporten op een sportschool waar ze een Kinetic wall hebben. Dat is een ding, waarbij je alle t’ai chi postures kunt uitvoeren met echt gewicht in plaats van louter je eigen voorstellingsvermogen. Ik probeerde de roll back met 35 kilo. En het lukte absoluut niet. Wat deed ik fout? Ik verlaagde het gewicht naar 10 kilo. En ook dat was moeilijk. Het bleek dat gewichtverplaatsing en draai tegelijkertijd geen (zachte) kracht gaf. Als ik mijn spieren maar flink spande, ging het wel, maar dat is echt geen t’ai chi meer….Maar: als ik mij eerst in het achterste been liet zinken, en dan pas draaide: fluitje van een cent. Omhoog dus naar 35 kilo: fluitje van een cent. Pas toen werd me echt duidelijk wat het betekent: draai als een molensteen. Een molensteen draait om zijn as, en deze as verplaatst zich daarbij niet!

Dat was een ervaring die ik beslist in mijn lessen door wilde geven. Een kinetic wall is voor mij echter onbetaalbaar…Maar wat bleek: met een goedkope dynaband kan het ook! Je bepaalt (en dat gaat ook op voor alle andere postures) van waar naar waar de energetische kracht (= niet spierkracht!) heen moet, en in het tegengestelde verlengde daarvan laat je iemand een dynaband vast houden of op de grond vastdrukken met een voet, of ingeval naar meerdere richtingen meerdere dynabands tegelijkertijd. (dat laatste bijvoorbeeld bij brush left knee met tegelijkertijd een duw met rechterhand). De beoefenaar bind de dynaband om de pols, of houdt deze vast (wat een beetje jammer is, omdat je dan handspierkracht moet gebruiken) en voert de posture uit. Het helpt op een heel simpele manier meer inzicht te verkrijgen over hoe je dat het beste kunt doen.

En als je dan toch met die dynabands bezig bent: er zijn ongelooflijk veel leuke spelletjes te bedenken. Eentje geef ik alvast: 4 mensen, 2 banden. Per stel loop je zover mogelijk achteruit, waarbij de 2 banden elkaar in het midden kruisen. De banden rekken dan maximaal uit, en komen onder flinke spanning te staan. Een vijfde persoon telt af en allen proberen tegelijk de band los te laten. Kijk wat er gebeurt! Overigens zijn dynabanden heel vriendelijk zacht. Je voelt het nauwelijks als hij tegen je aankomt!

Veel plezier en ontdekkingen!