Categoriearchief: Tai chi

diep doorvoelen

De diepte in met de eerste 2 postures.

Wat vooraf ging. Voor degenen die het geluk hebben een bad te bezitten en in staat zijn tot volledige ontspanning: je moet het volgende eens proberen:
kom tot volledige ontspanning en kijk eens waar je armen zich dan bevinden. Concentreer je op je ademhaling. Een rustig in en uit. Verbaas je er vervolgens over dat je armen op een inademing omhoog drijven! En exprimenteer dan met verschillende ademhaling en bijbehorend effect op het drijven van je armen. Ik heb zelf het idee dat de zogenaamde “voorgeboortelijke” ademhaling ze het meest naar boven laat drijven. Op deze plek ga ik even niet inhoudelijk in op allerlei soorten ademhaling zoals borst-, buik-, borst eerst dan buik- buik eerst dan borst-, slaap-, in-achterlangs uit-voorlangs en andersom, flank-, en de al genoemde voorgeboortelijkeademhaling.
Wat verder opviel vandaag. De zwaluwen! Ze zijn weer gearriveerd uit Spanje maar ook van nog verder, zoals Tanzania. Althans daar heb ik ze in januari (Tanzania) en begin mei (Spanje) gezien. Hebben toch een respectabel eind gevlogen! Wat een energiebeheersingssysteem!

posture 1: de voorbereiding.
Vòòr de voorbereiding zijn we natuurlijk bezig geweest met het zoeken van de totale ontspanning, de grond onder je voeten, de hemel boven je hoofd, jij en je je centrum daartussen, je innerlijke stretching, je ademhaling. En op een uitademing zink je in rechts. Hoever je kunt zinken bepaalt hoe ver je linkerbeen kan uitstappen. En dan geen gebruik maken van foute truucjes: as kruin-stuit scheef, knie naar binnen laten vallen (dus niet meer knie en teen inzelfde richting) of je gewicht al naar links brengen, terwijl die voet de grond nog niet vast onder zich heeft. Bij dat alles moet je ook nog je linkervoet een tikje rechtsom draaien om er voor te zorgen dat die straks (samen met de rechter) recht naar voren wijst. En dat vergt een tikje spierkracht, wat je voelt in je linker bil en heup. Als je het fout doet! Je doet het goed als je je richt op het openen van je lies. Daarmee creëer je ruimte voor dat draaitje (wat natuurlijk in je heup zit. je draait immers je been in je heup om je voet te draaien)! Okee, dan sta je dus 100% in rechts. Of liever zeg ik: dan ben je dus voor 100% in rechts gezonken. Nu ga je je gewicht naar helemaal in links overbrengen. En belangrijk is dan dat je je onderrug ontspant. Doe je dat dan blijkt dat je een tikje naar rechts knikt. Dat gebeurt van zelf. Het is geen actief draaien. Vervolgens draai je wèl actief naar links: navel neus en rechtervoet (om de hak). En dan komt de laatste fase: terwijl je je gewicht over beide voeten verdeelt, als het ware naar het midden komt, activeer je je armen (beeld: balletje onder oksels) draai je je polsen naar voren en maak je je vingers recht. Verbindt dat opendraaien en activeren van je armen aan de gewichtsverplaatsing. Maak er èèn geheel van. En vergeet ondertussen niet te ademen en ontspannen te blijven. Op het eind van posture 1 “zit” je in een actieve, maar ontspannen houding. Je structuur in orde: hier vooral de richting van je voeten: vooruit, je knieën in diezelfde richting en je as kruin stuit recht en licht gestretched met je navel en neus in dezelfde richting als je voeten.

Posture 2: het begin
sequens: laat je polsen rijzen tot je armen horizontaal zijn, laat dan je ellebogen zinken, vervolgens je polsen, en tot slot je vingers. En dan komt het. Als je -bewust- voor de verdere rest niets met je lichaam laat gebeuren, er dus niets mee doet, dan donder je voorover. Je dòet dus iets! Maar wat? Zinken in je voeten! of: een stromig voorlangs omhoog laten ontstaan en achterlangs omlaag. Of je armen omhoog ademen (omhoog zuigen als het ware). En dat met absoluut ontspannen schouders! We doen ter verduidelijking en verbinding van al je bewegingen een helemaal foute oefening, tegen 2 belangrijke regels van de vorm in: nooit je schouders optillen, maar altijd gezonken laten zijn en niet -letterlijk- rijzen en dalen met je lijf! Til je schouders hoog op en ga in een hoge stand staan. En op het precieze moment dat je begint met het omhoog laten komen van je armen begin je met het zinken in je voeten (je knieën knikken dus en je enkels en je lies) en begin je met het laten zinken van je schouders. Dat is dus letterlijk te zien voor iedere buitenstaander. Maar vervolgens ga je proberen om dat onzichtbaar te maken voor een buitenstaander. Met andere woorden innnerlijk zinken en ontspannen. Er valt nog veel meer over te zeggen (rondheid, net geen gestrektheid, wat je doet met je polsen (iets omhoog duwen, tegen een denkbeeldige weerstand omhoog brengen) maar dat komt nog wel als we eens met een partner gaan oefenen)

Voor nu: succes met het oefenen in het doorvoelen! En als ik iets vergeten ben: vul me gerust aan!

Heumensoord 23/4/15

Vandaag werd ik een beetje trots op mezelf. Iedere donderdag ga ik voor de workshop t’ai chi even trainen in Heumensoord.
Beetje cardio, beetje kracht, beetje van alles wat.
Een omgevallen boom levert een mooie oefening om het ondersheid tussen kracht en t’ai chi te ervaren.
Daartoe ga ik met beide voeten op een onderste dwarstak staan (als het nat is is die spekglad)
en laat me dan met mijn handen tegen een bovenste dwarstak vallen (ongeveer op borst hoogte).
Om vervolgens in vertikale iets vooroverhellende stand opdruk oefingen te doen.
Doe je dat vanuit de kracht van je armen, dan gaat de tak heftig heen en weer zwiepen.
Maar doe je het vanuit je voeten en je centrum, dan blijft de tak bijna doodstil roerloos.
Maar dat was niet waar ik trots op werd.
Dat was het feit dat heel duidelijk zichtbaar geworden was waar dan mijn voeten en handen staan.
Precies die plekken bleken gladder en lichter dan de rest. Door heel veel oefenen slijt zoiets in.
En wordt de kungfu van het in verticale stand horizontaal drukken zichtbaar.
Zoiets bedenk je niet tevoren: laat ik dat eens zo vaak gaan doen dat mijn afdrukken zichtbaar worden op de boom.
Nee: pas achteraf blijkt wat je hebt bereikt. En zo is dat ook met T’ai Chi. Niet streven naar, maar veel oefenen in.

Begin voor je de vorm van T’ai Chi gaat doen altijd met geconcentreerd je aandacht richten op je ontspanning
om die aandacht vervolgens uit te breiden naar een onspannen geconcentreedheid.
De eerste aandacht is gericht op je eigen lijf, bij de tweede pak je de omgeving erbij.

Verder zijn we doorgegaan met de behandeling van de volgende 3 postures:
“lifting hands” (ik noem de eindhouding “klemgreep rechts voor links”),
“zijwaartse schouder duw” en “kraanvogel splijt haar vleugels”.
We hebben nu de acht “basisenergieën gehad:

Péng: afweren
Lu: trekken
Lièh: splijten
Ji: drukken
àn: duwen
Kào: schouderstoot
Zhau: elleboogstoot (die mag niet worden uitgevoerd)
Cai: plakken (maar hier moeten we nog expliciet op terugkomen)

Succes met veel oefenen!


www.taichinijmegen.nl
twitter.com/chwebw