Vanmorgen oefende ik bij wijze van grap in Heumensoord met de T’ai Chi groep de pinguin walk op ijs.
Tot mijn stomme verbazing hoor ik later dat het vandaag internationale Pinguin dag is.
Wat de pinguin linkt aan T’ai Chi is zijn rechtopheid, maar ook het zitten. En het feit dat zelfs een kenner niet kan zien of het een mannetje of een vrouwtje is. Jin of jang. Ze kunnen beide zijn, stralen beiden uit. Wij hopen dat toch ook te kunnen, niet?
Heumensoord, workshop T’ai Chi, 25 november 2015. We stuiten op een kudde van ongeveer 100 schapen precies op ons smalle pad. Maar wij lopen op het bredere pad daarnaast, met op een metertje of vijftig voor ons 4 schapen. Ik bedenk een huppelloopoefening met de vraag direct daarmee op te houden als je ook maar vermoedt dat een schaap zich de pleuris kan gaan schrikken. Ondertussen waren we natuurlijk druk bezig met de kudde, de vier schapen, de twee honden en last but not least de herder. Op een of andere manier besluiten we tot rustig wandelen en kijken. Wat de herder toch van plan is met de kudde. Snel weten we dat. En dan dient zich de mogelijkheid aan om daarbij niet te storen en het “drijven” misschien zelfs te ondersteunen. Het wordt positie kiezen en rustig doorwandelen om de weg af te sluiten mochten de schapen besluiten de verkeerde kant op te gaan. Doet zich natuurlijk niet voor, want de herder en de hondjes hebben het volledig in de klauw.