Categoriearchief: lichaamsbewustzijn

Heumensoord 16 september

Training in Heumensoord (8)Deze eerste keer na de vakantie vonden er maar 4 mensen de weg naar Heumensoord voor de workshops T’ai Chi. Jammer! Toch hebben we flink “gewerkt”. En zelfs de regen ging op de loop.

Eerste deel.

We begonnen met kijken en luisteren naar ademhaling en hartslag. De aandacht naar binnen dus en ons bewustworden van de stand van zaken. Vervolgens gingen we een beetje hard lopen. Niet gericht op “zo hard mogelijk”, maar gericht op zo bewust mogelijk. Wat kun je allemaal ontspannen tijdens inspanning? Schouders en armen losjes laten hangen en mee laten gaan op je beweging. En je enkels en voeten: als je het vertraagde beeld van een leeuw ziet, dan weet je wat ik bedoel. Zogauw die een poot van de grond heeft, ontspant die poot helemaal! Heel kort wees ik ook op het gebruik van de ademhaling tijden het hard lopen. Het is goed om een cadans te vinden waarin ademhaling en passen met elkaar in congruentie zijn. Daar gaan we zeker nog een keer op door. Vervolgens weer even kijken naar je ademhaling en hartslag. Hoe meet je die laatste? Tel seconden en tel hoevaak je hart daarbinnen slaat. 1 keer per seconde geeft een hartslag van 60 (voor de meeste mensen in rust normaal) en 2 keer per seconde een hartslag van 120. Dat krijg je bij wat inspanning. Daarna weer een run door het mulle zand. Best zwaar! Hartslag lekker omhoog! Bij mij wel zeker 150!

Maar we hebben ons ook bezig gehouden met “gewicht heffen”. En ook hier weer niet om de prestatie, maar om het aandachtig beschouwen wat een en ander met je spieren doet. Wat is het verschil als je eenzelfde beweging ( bv biceps training met een  niet al te lichte tak) op verschillende manieren uitvoert. Handen ver uit elkaar of juist vlak bij elkaar op de tak.

Weer een stukje hardlopen. Dit keer met obstakels als takken en boomwortels op je pad. Oppassen dus!

Daarna bood een liggende boom ons een oefening opdrukken. Daartoe moest je op een vlak bij de grond hangende spekgladde tak gaan staan en handen een metertje verderop zetten op een hogere dwarstak. Staand onder een hoek van ongeveer 45° kun je je dan opdrukken. Ook hier zullen we vaker terugkomen en T’ai Chi integreren in de oefening. (vandaag gebeurde dat al met het op de tak gaan staan, die immers spekglad was)

Een samenwerkoefening volgde: we verplaatsten mijn oefenboom van de plek waar ie op mijn verzoek buiten de afrastering was neergelegd door vierdaagse militairen, terug naar het plekje waar ie ooit had gestaan en omgevallen was. En gingen er mee aan de slag. Tot mijn verbazing bedacht een groepslid een manier die ik nog nooit geprobeerd had. Fascinerend leerzaam!

Terug naar de verzamelplek deels hardlopend, deels wandelend voor het

Tweede Deel

En dat bestond uit meridiaanstretching, gewrichten en spieren verkenning en natuurlijk ontspanning: de basisvoorwaarden van t’ai chi.

Structuur aanbrengen in je lichaam als basisprincipe van t’ai chi hebben we bekeken voor de handen en armen: breng verbinding tot stand tussen je hand en je schouder of borst, en laat hem niet buiten (naast) je lichaam zweven. Je wordt er sterker door in een duw die je uitoefent of te verwerken krijgt. Maar ook voor de lijn voet-knie. Laat je je knie naar binnen vallen, dan wordt je kwetsbaar daar. Maar breng je je knie in lijn met je voet, dan creëer je een sterke buitenkant van je onderbeen. En dan is er nog de richting van de voorste voet, knie, navel en neus. (Althans in de gong-bu stand). Als die alle 4 dezelfde richting in wijzen, dan wordt je veel stabieler in je stand. Nodig is dan wel dat je je achterste voet op de diagonaal (t.o.v. je voorste voet) van een denkbeelding a-4tje 45° ingedraaid zet. En tot slot de rechte lijn van je stuit naar je kruis. Dat kun je bereiken door te doen of je op een stole of paaltje “zit”. Bekken (onderrug ontspannen!) iets kantelen en daardoor je liezen openen. Als je het goed bekijkt (en enigszins gezonken zit) zit er een hoek tussen voet en onderbeen, onderbeen en bovenbeen, en bovenbeen en rug ter hoogte van je liezen.

Vervolgens behandelden we de techniek van wat later meditatie in beweging kan worden. Maar die is al ooit eerder beschreven: zie meditatie in beweging. De zon ging er zowaar van schijnen…

Ben jij er de volgende keer ook bij?

diep doorvoelen

De diepte in met de eerste 2 postures.

Wat vooraf ging. Voor degenen die het geluk hebben een bad te bezitten en in staat zijn tot volledige ontspanning: je moet het volgende eens proberen:
kom tot volledige ontspanning en kijk eens waar je armen zich dan bevinden. Concentreer je op je ademhaling. Een rustig in en uit. Verbaas je er vervolgens over dat je armen op een inademing omhoog drijven! En exprimenteer dan met verschillende ademhaling en bijbehorend effect op het drijven van je armen. Ik heb zelf het idee dat de zogenaamde “voorgeboortelijke” ademhaling ze het meest naar boven laat drijven. Op deze plek ga ik even niet inhoudelijk in op allerlei soorten ademhaling zoals borst-, buik-, borst eerst dan buik- buik eerst dan borst-, slaap-, in-achterlangs uit-voorlangs en andersom, flank-, en de al genoemde voorgeboortelijkeademhaling.
Wat verder opviel vandaag. De zwaluwen! Ze zijn weer gearriveerd uit Spanje maar ook van nog verder, zoals Tanzania. Althans daar heb ik ze in januari (Tanzania) en begin mei (Spanje) gezien. Hebben toch een respectabel eind gevlogen! Wat een energiebeheersingssysteem!

posture 1: de voorbereiding.
Vòòr de voorbereiding zijn we natuurlijk bezig geweest met het zoeken van de totale ontspanning, de grond onder je voeten, de hemel boven je hoofd, jij en je je centrum daartussen, je innerlijke stretching, je ademhaling. En op een uitademing zink je in rechts. Hoever je kunt zinken bepaalt hoe ver je linkerbeen kan uitstappen. En dan geen gebruik maken van foute truucjes: as kruin-stuit scheef, knie naar binnen laten vallen (dus niet meer knie en teen inzelfde richting) of je gewicht al naar links brengen, terwijl die voet de grond nog niet vast onder zich heeft. Bij dat alles moet je ook nog je linkervoet een tikje rechtsom draaien om er voor te zorgen dat die straks (samen met de rechter) recht naar voren wijst. En dat vergt een tikje spierkracht, wat je voelt in je linker bil en heup. Als je het fout doet! Je doet het goed als je je richt op het openen van je lies. Daarmee creëer je ruimte voor dat draaitje (wat natuurlijk in je heup zit. je draait immers je been in je heup om je voet te draaien)! Okee, dan sta je dus 100% in rechts. Of liever zeg ik: dan ben je dus voor 100% in rechts gezonken. Nu ga je je gewicht naar helemaal in links overbrengen. En belangrijk is dan dat je je onderrug ontspant. Doe je dat dan blijkt dat je een tikje naar rechts knikt. Dat gebeurt van zelf. Het is geen actief draaien. Vervolgens draai je wèl actief naar links: navel neus en rechtervoet (om de hak). En dan komt de laatste fase: terwijl je je gewicht over beide voeten verdeelt, als het ware naar het midden komt, activeer je je armen (beeld: balletje onder oksels) draai je je polsen naar voren en maak je je vingers recht. Verbindt dat opendraaien en activeren van je armen aan de gewichtsverplaatsing. Maak er èèn geheel van. En vergeet ondertussen niet te ademen en ontspannen te blijven. Op het eind van posture 1 “zit” je in een actieve, maar ontspannen houding. Je structuur in orde: hier vooral de richting van je voeten: vooruit, je knieën in diezelfde richting en je as kruin stuit recht en licht gestretched met je navel en neus in dezelfde richting als je voeten.

Posture 2: het begin
sequens: laat je polsen rijzen tot je armen horizontaal zijn, laat dan je ellebogen zinken, vervolgens je polsen, en tot slot je vingers. En dan komt het. Als je -bewust- voor de verdere rest niets met je lichaam laat gebeuren, er dus niets mee doet, dan donder je voorover. Je dòet dus iets! Maar wat? Zinken in je voeten! of: een stromig voorlangs omhoog laten ontstaan en achterlangs omlaag. Of je armen omhoog ademen (omhoog zuigen als het ware). En dat met absoluut ontspannen schouders! We doen ter verduidelijking en verbinding van al je bewegingen een helemaal foute oefening, tegen 2 belangrijke regels van de vorm in: nooit je schouders optillen, maar altijd gezonken laten zijn en niet -letterlijk- rijzen en dalen met je lijf! Til je schouders hoog op en ga in een hoge stand staan. En op het precieze moment dat je begint met het omhoog laten komen van je armen begin je met het zinken in je voeten (je knieën knikken dus en je enkels en je lies) en begin je met het laten zinken van je schouders. Dat is dus letterlijk te zien voor iedere buitenstaander. Maar vervolgens ga je proberen om dat onzichtbaar te maken voor een buitenstaander. Met andere woorden innnerlijk zinken en ontspannen. Er valt nog veel meer over te zeggen (rondheid, net geen gestrektheid, wat je doet met je polsen (iets omhoog duwen, tegen een denkbeeldige weerstand omhoog brengen) maar dat komt nog wel als we eens met een partner gaan oefenen)

Voor nu: succes met het oefenen in het doorvoelen! En als ik iets vergeten ben: vul me gerust aan!